NIS2-incidentmelding in België: stap voor stap door de meldingsplicht

Gepubliceerd: · AIPOS OÜ · nis2europe.eu

Stap 1: wanneer wordt de meldingsplicht geactiveerd?

De meldingsplicht in de Belgische Wet van 26 april 2024 (NIS2-wet) wordt geactiveerd door een significant incident. Artikel 35 van de NIS2-wet knoopt alle termijnen vast aan het moment waarop de entiteit kennis heeft gekregen van het significante incident — niet aan het moment waarop het incident begon, en niet aan het moment waarop de oorzaak bekend is.

Dat maakt één praktisch punt cruciaal: noteer datum en uur van eerste kennisname. Vanaf dat tijdstip lopen de termijnen van artikel 35, § 1.

Belangrijk over de definitie: het beschikbare uittreksel van de nationale wettekst omschrijft de melding zelf (artikel 35, dat verwijst naar de melding bedoeld in artikel 34, § 1, eerste lid), maar bevat géén eigen definitie van wat "significant" betekent. Op dit punt is het nationale uittreksel dus stil en geeft richtlijn (EU) 2022/2555, art 23(3) de basislijn: een incident is significant wanneer

Deze twee criteria staan in de richtlijn, niet in het hier beschikbare nationale artikel. De exacte nationale invulling en eventuele sectorale drempels: [Verifieer dit: nationale cyberbeveiligingsautoriteit (CCB) (officiële bron).].

Een praktische vuistregel voor het beslismoment: bij twijfel start u de klok en behandelt u het dossier als meldingsplichtig. Volgens richtlijn (EU) 2022/2555, art 23(1) leidt het loutere feit van melden niet tot een verhoogde aansprakelijkheid van de meldende entiteit.

Stap 2: aan wie meldt u — en via welk kanaal?

De NIS2-wet is hier duidelijk: de betrokken entiteiten bezorgen hun melding aan het nationale CSIRT (art. 35, § 1).

De institutionele context:

Meldkanaal: het exacte elektronische meld- of registratiekanaal (portaal, formulier, e-mailadres) van het nationale CSIRT blijkt niet eenduidig uit de wettekst zelf — [Verifieer dit: nationale cyberbeveiligingsautoriteit (CCB) (officiële bron).]. Regel dit vooraf: zoek en documenteer het kanaal, de referentiegegevens en een back-upcontact voordat u het nodig hebt. Op dag één van een incident is dat geen zoekwerk waar u tijd voor hebt.

Stap 3: in welke vorm en in welke fasen meldt u?

Artikel 35, § 1 van de NIS2-wet bouwt de melding op in opeenvolgende fasen, elk met een eigen inhoud.

1. Vroegtijdige waarschuwing (art. 35, § 1, 1°) Vermeld, indien van toepassing, of het significante incident vermoedelijk door een onrechtmatige of kwaadwillige handeling is veroorzaakt, dan wel grensoverschrijdende gevolgen zou kunnen hebben. Dit is een alarmsignaal, geen volledig rapport.

2. Incidentmelding (art. 35, § 1, 2°) Bevat, indien van toepassing: een update van de informatie uit de vroegtijdige waarschuwing, een initiële beoordeling van het significante incident inclusief ernst en gevolgen, en — indien beschikbaar — de indicatoren voor aantasting.

3. Tussentijds verslag (art. 35, § 1, 3°) Enkel op verzoek van het nationale CSIRT of van de eventuele betrokken sectorale overheid: relevante updates van de situatie.

4. Eindverslag (art. 35, § 1, 4°) Moet het volgende bevatten:

5. Voortgangsverslag bij een lopend incident (art. 35, § 1, 5°) Is het incident nog aan de gang wanneer het eindverslag moet worden ingediend, dan dient u op dat moment een voortgangsverslag in, en het eindverslag binnen één maand nadat u het incident definitief hebt afgehandeld.

Stap 4: de termijnen, exact zoals ze in de wet staan

FaseTermijn (NIS2-wet art. 35)
Vroegtijdige waarschuwingOnverwijld en in elk geval binnen 24 uur na kennisname van het significante incident (§ 1, 1°)
IncidentmeldingOnverwijld en in elk geval binnen 72 uur na kennisname (§ 1, 2°)
Tussentijds verslagOp verzoek van het nationale CSIRT of de betrokken sectorale overheid (§ 1, 3°)
EindverslagUiterlijk één maand na de indiening van de incidentmelding (§ 1, 4°)
Voortgangsverslag + later eindverslagBij een nog lopend incident: voortgangsverslag op het moment van het verwachte eindverslag; eindverslag binnen één maand na definitieve afhandeling (§ 1, 5°)

Uitzondering voor verleners van vertrouwensdiensten: in afwijking van § 1, 2° meldt een verlener van vertrouwensdiensten significante incidenten die gevolgen hebben voor de verlening van zijn vertrouwensdiensten onverwijld, en in elk geval binnen vierentwintig uur na kennisname, aan het nationale CSIRT (art. 35, § 2).

Let op de dubbele formulering "onverwijld en in elk geval binnen": 24 uur en 72 uur zijn maxima, geen wachttijden. Beschikt u eerder over de informatie, dan meldt u eerder.

Wie is meldingsplichtig en wat staat er op het spel?

De meldingsplicht van artikel 35 geldt voor de entiteiten die onder de wet vallen:

Sancties bij niet-naleving van de rapportageverplichtingen van titel 3 (art. 59):

De administratieve geldboete wordt verdubbeld in geval van herhaling van dezelfde feiten binnen een termijn van drie jaar (art. 59).

Voorbereiding is geen luxe. Artikel 30, § 3 verplicht essentiële en belangrijke entiteiten uitdrukkelijk tot maatregelen inzake onder meer incidentenbehandeling (2°) en bedrijfscontinuïteit en crisisbeheer (3°). En artikel 31, § 1 legt de verantwoordelijkheid hoog: de bestuursorganen keuren de risicobeheersmaatregelen goed, zien toe op de uitvoering ervan en zijn aansprakelijk voor inbreuken op artikel 30. Wie de meldingsketen — wie beslist, wie schrijft, wie verstuurt — niet vooraf op papier heeft, haalt de termijn van 24 uur zelden.

Wilt u weten of uw organisatie onder de NIS2-wet valt en of uw incidentprocedure de fasen van artikel 35 dekt? Gebruik onze gratis scoping- en gap-tool voor een eerste beeld in enkele minuten.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk moment loopt de termijn van 24 uur?

Vanaf het moment dat de entiteit kennis heeft gekregen van het significante incident. Artikel 35, § 1, 1° van de NIS2-wet vereist de vroegtijdige waarschuwing onverwijld en in elk geval binnen vierentwintig uur na die kennisname. Documenteer dus datum en uur van eerste kennisname.

Aan wie moet ik een significant incident melden in België?

Aan het nationale CSIRT (NIS2-wet art. 35, § 1). De nationale cyberbeveiligingsautoriteit vervult de taken van bevoegde autoriteit, van nationaal CSIRT en van centraal nationaal contactpunt (art. 16); die rol wordt vervuld door het CCB, met CERT.be als nationaal CSIRT. Het exacte elektronische meldkanaal blijkt niet eenduidig uit de wettekst: [Verifieer dit: nationale cyberbeveiligingsautoriteit (CCB) (officiële bron).].

Wat als het incident nog niet is opgelost wanneer het eindverslag moet worden ingediend?

Dan dient u op dat moment een voortgangsverslag in, en binnen één maand nadat u het incident definitief hebt afgehandeld een eindverslag (NIS2-wet art. 35, § 1, 5°).

Definieert de Belgische wet zelf wanneer een incident 'significant' is?

Het beschikbare uittreksel van de NIS2-wet bevat geen eigen definitie; op dit punt is de nationale tekst stil. Richtlijn (EU) 2022/2555, art 23(3) geeft de basislijn: een incident is significant wanneer het een ernstige operationele verstoring of financieel verlies voor de entiteit heeft veroorzaakt of kan veroorzaken, of wanneer het andere natuurlijke of rechtspersonen aanzienlijke materiële of immateriële schade heeft toegebracht of kan toebrengen. De nationale invulling en eventuele sectorale drempels: [Verifieer dit: nationale cyberbeveiligingsautoriteit (CCB) (officiële bron).].

Controleer uw NIS2-naleving

Voer de gratis gap-analyse uit

Start de gratis scoping-test Doe de gratis oppervlaktescan

De complete NIS2-gids — België

Bekijk het gratis voorbeeldpakket

Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Raadpleeg een gekwalificeerde deskundige voor uw specifieke situatie.

Terug naar home